Halle2019 toont de weg naar een urbanistisch verantwoordeen definitieve oplossing voor de waterellende.
De feiten :
De rioleringswerken van 2015 en 2016 in Halle centrum hebben gedurende
18 maanden bij zowat alle centrum-handelaars het water tot aan de lippen gebracht en de minder fortuinlijke handelaars naar het bankroet gesleurd. Kokers, collectoren, buffers en een gescheiden rioleringsstelsel waaraan een prijskaartje van 4,3 miljoen euro hing brachten geen soelaas zoals de hevige maar korte stortvlaag van maandag 13 augustus heeft aangetoond.
Legende : Maandag 13 augustus omstreeks 16u, hoek Maandagmarkt/Basiliekstraat; het water spuit uit de riolering de straat in.
De reden :
Het stadsbestuur heeft bij de ingrijpende en dure rioleringswerken van 2015/’16 datgene over het hoofd gezien wat zo voor de hand lag in het stadscentrum: de natuurlijke afvloeiing van regenwater opnieuw via de Zenne laten geschieden, tot in 1961 het laagste punt in dit centrum.
Met het huidige gescheiden rioleringsstelsel zou de Zenne geen open riool meer zijn. Dat betekent dat ze nog beter dan vroeger haar natuurlijke rol kan spelen door alleen het regenwater op te vangen en zodoende het rioleringsstelsel te behoeden voor een nieuwe ellendige overbelasting.
Het spijtige :
Het stadsbestuur wringt zich in bochten met excuses : “te wijten aan de opwarming van de aarde”, “er is meer volgebouwd in de hoger gelegen straten”, “er ontbreekt nog een collector” enzovoort, maar blijft blind voor wat eigenlijk voor het grijpen ligt en wat andere Vlaamse steden zoals Diest, Mechelen, Leuven e.a. wel begrepen hebben : integreer de waterstroom terug in het stedelijk weefsel.
Natuurlijk zijn er vroeger overstromingen geweest, de Zenne is een regenrivier, die zwelt aan bij regen. Maar wat toen een uitzondering was is nadien schering en inslag geworden. Vooraan in de winkelkelder lagen een aantal verspreide ‘dallen’, die volstonden om bij wateroverlast zonder natte voeten doorheen de kelder te gaan want het water kwam nooit hoger dan deze dallen.
De weg naar een definitieve oplossing.
Deze oplossing bestaat uit 2 ingrepen :
De Zenne wordt op een hedendaagse urbanistisch verantwoorde wijze terug opengelegd. Dat kan nog steeds. Andere steden zijn Halle hierin voorgegaan, zoals hierboven aangehaald.
Waar nodig stroomt ze ondergronds, op andere plaatsen ligt ze open, met terrassen en wandelesplanades. De ‘water terug in de stad’-visie brengt een evenwichtigere stad en doet afbreuk aan de alsmaar maar meer beton aanpak.
Het ‘Zuidbrug-project’ dient afgevoerd. Tussen haakjes, het is NIET correct dat deze brug een opgelegde beslissing van de NV Zeekanaal was. De Zuidbrug is een keuze van het huidig stadsbestuur, punt ander lijn.
(Hierop kom ik – met feitenmateriaal - terug in een volgend artikel).
De consequentie van de stopzetting van het Zuidbrug-project binnen de renovatie van het kanaal Brussel-Charleroi is de vernieuwing van de huidige Bospoortbrug, niet met een tafelbrug maar met een vaste brug waardoor de band met Sint-Rochus ten allen tijde behouden blijft. Een nieuwe brug bouwen op het smalste punt van het kanaal ter hoogte van de Basiliekstraat is veel goedkoper en vooral minder ingrijpend qua werken dan er één te plannen op het breedste punt zoals nu het geval zou zijn met de Zuidbrug.
Hier volgt de 2de ingreep : in het Bospoortbrug-scenario van de NV Zeekanaal dient het waterniveau van het kanaal tussen de sluizen van Halle en Lembeek verlaagd te worden met 2,7 meter; dat zit zo vervat in het scenario van de NV Zeekanaal.
Als dit geschiedt kan men ter hoogte van Lembeek bij hevige regenval het regenwater van de Zenne overpompen naar het kanaal dat dankzij de 2,7 meter lagere waterstand een gigantisch kilometerlang bufferbekken wordt waar geen enkele betonnen collector tegen op kan. Alzo wordt het risico dat de Zenne zelf in de binnenstad uit de oevers treedt volledig tenietgedaan.
Het spreekt tenslotte vanzelf dat het vrijmaken van de Zenne in Halle-centrum alleen kan gebeuren op een ogenblik dat de handelaars er klaar voor zijn; binnen het overleg gaan zij bepalen wanneer hun ‘groen licht’ komt.
Kanalen zijn in het leven geroepen voor het goedkopere transport over het water; de renovatie staat trouwens volledig in het teken van vervoer middels nog grotere 3-laagscontainerschepen. Maar recreatie op en langsheen het kanaal blijft in dit scenario zeker mogelijk, vooral ten zuiden van Lembeek en vanaf het centrum richting Brussel.
Met de realisatie van een vaste Bospoortbrug over het smalste deel van het kanaal in plaats van de Zuidbrug over het breedste deel wordt zowel cruciale tijd als een pak geld bespaard; bovendien wordt de Vogelpers ongemoeid gelaten en is de druk op de Suikerkaai en de Denayer-site veel minder. In dit scenario wordt het waterniveau 2,7 meter verlaagd. Hierdoor kan het kanaal dienen als een gigantisch bufferbekken voor de Zenne bij wateroverlast alvorens ze het centrum in stroomt. Als de Zenne namelijk opnieuw vrijgemaakt wordt in het centrum kan ze bij stortvlagen het regenwater komende van de hoger gelegen stadsdelen opvangen zonder risico dat ze buiten haar oevers treedt. Vroeger gebeurde deze regulering via de arken in de Arkenvest die het water toen afleidden naar de Leide. Nu kan dat met waterpompen veel efficiënter uitgevoerd worden tussen de sluizen van Lembeek en Halle.