In 1993 stelden leden van de vzw Pro Arte Hallensi vast, dat er in de torenruimte van de basiliek 21 ex-voto's hingen. Wat er op de schilderijen stond, kon men niet meer zien, door het kaarsroet dat overal in de basiliek was.
De toenmalige voorzitter van het KIK (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium) noemde de basiliek van Halle de "zwartste basiliek van België".
De vzw begon met het inventariseren van de 21 schilderijen. Hiervoor werden alle schilderijen naar beneden gehaald door wijlen Emiel Merens. Daarna werden ze gefotografeerd en terug gehangen.
Deken Vanloock en de kerkraad gaven toelating om de schilderijen te restaureren. De koning Boudewijn Stichting werd aangesproken voor een fiscaal-attest voor de sponsors.
De academie van Antwerpen was de eerste academie die de "Duivelsuitdrijving" restaureerde, onder de kundige leiding van Johan Van den Eede.
Miel Merens ging op zoek in de oude exemplaren van de "Gazet van Halle". Daarin vond hij sporen van een gravure van Rubens. Hij reisde af naar Haarlem waar het oudste museum van Nederland gevestigd is, het Tyler-museum.
Toen hij met een kopij van de gravure van Rubens naar Halle terug kwam, zag men dat de "Duiveluitdrijving" prominent op de gravure en de eerste schilderij stond. Nieuwe sponsors werden gevonden en de academie van Anderlecht nam ook deel aan de restauratie.
Na 25 jaar zijn 13 mirakel-schilderijen en twee 17de eeuwse schilderijen gerestaureerd. De 13 mirakel-schilderijen werden dinsdag 24 april terug opgehangen op hun oorspronkelijke plaats : de torenruimte van de basiliek.
Het was een gespecialiseerde firma uit Utrecht die de 13 schilderij vakkundig ophing.
De twee volgende schilderijen worden op 1 september 2018 opgehangen, ter gelegenheid van de herdenking van de bevrijding van Hondzocht/Halle op 3 september 1944.
Het is de oud strijders-vereniging van de Welsh Guards en de familie Kirchhausen die de restauratie van de twee schilderijen sponsoren, als teken van verzoening tussen twee voormalige vijanden.