Alphonsine Dompas werd gevierd voor haar 100 jaar in HALLE

Editiepajot.com
Halle
Emile Devogeleer

Alphonsine Dompas werd op 6 augustus in Sint-Jans-Molenbeek geboren als tweede oudste in een gezin met vier kinderen.

Haar ouders hadden hun thuis in Limburg verlaten om op 23-05-1914 te huwen in Sint-Joost-ten-Node. Onder meer familiale redenen lagen aan de oorsprong van deze beslissing.

Wat aanvankelijk begon als een liefdessprookje werd al vlug bittere ernst toen WO I uitbrak en vier kinderen geboren werden in respectievelijk 1915, 1916, 1917 en 1918. Het gezin verbleef in die periode op verschillende adressen in het Brusselse. Toen er in 1924 in Lot een watermolen vrijkwam, verhuisde het hele gezin om boven in het molengebouw te wonen. Later, toen de plooien met de familie gladgestreken waren en er financiële ademruimte kwam, bouwde haar vader ernaast een woning voor het gezin en nog later een tweede woning, waar haar moeder een kruidenierswinkeltje uitbaatte.

Toen zij als tienjarige een ooroperatie moest ondergaan, kochten haar ouders een piano en mocht zij, evenals haar zus, pianolessen volgen. Met haar speelde ze vaak ‘quatre-mains’.

In die tijd ging moeder met haar twee dochters iedere week te voet naar Sint-Pieters-Leeuw, waar de zussen interne leerlingen waren aan het Pensionnat et Externat van de Soeurs de Saint-Antoine de Padoue. Dat verklaart wellicht haar levenslange devotie voor Sint-Antonius en vooral telkens iets zoek was, wat regelmatig gebeurde. In die school leerde ze de Franse taal. Daardoor, en waarschijnlijk ook door haar pianolessen, ontwikkelde ze de liefde voor het Franse chanson. Hoe vaak heeft ze niet J’attendrai toujours en J’ai deux amours gezongen. Of dat laatste met de werkelijkheid strookte, is niet geweten. Van alle Nederlandstalige liedjes hoorde ze nog het liefst Daar bij die molen. Dat was dan ook het lied dat wonderwel bij haar paste.

Op veertienjarige leeftijd behaalde ze met onderscheiding haar diploma. Ze bleef echter thuis haar ouders helpen. Aan het ouderlijke huis leerde ze Jean, haar toekomstige echtgenoot, kennen. Die werkte op de boerderij van zijn nonkel wat verderop in de straat.

Na een verloving van zes maanden huwden ze op in 1941, tijdens WO II. Zij kregen vier kinderen, van wie er een doodgeboren werd. Het grootste deel van hun leven pachtten zij de boerderij achter het molengebouw van haar ouders. Hoewel ze er handenvol werk hadden, werkte Jean ook nog voltijds in de fabriek.

In 1962 verlieten zij die boerderij en verhuisden zij naar Halle. In 1967 keerden zij terug naar Lot en namen er hun intrek in de woning naast het molengebouw. Alphonsine zou er de zorg voor haar bejaarde vader op zich nemen.

Het noodlot besliste evenwel dat niet alleen haar vader overleed in 1968, maar ook haar echtgenoot zou hetzelfde jaar verlijden aan de gevolgen van kanker. Jean werd amper 48 jaar oud. In de periode rond het overlijden van haar man huwden de twee oudste kinderen, zodat Alphonsine met haar jongste zoon van 11 jaar achterbleef. Met hem ging zij regelmatig naar de bioscoop in Halle of Brussel.

Als weduwe heeft Alphonsine haar leven op haar eigen manier ingevuld. Zij leerde een andere partner kennen, met wie ze meer dan twintig jaar een latrelatie had. Zij luisterde graag naar muziek, vooral naar vinylplaatjes, keek heel graag televisie en op latere leeftijd bracht ze nog veel van haar vrije tijd door met haken. Ook verhuizen was een hobby van haar, maar dat is een verhaal apart.

En dan is er nog het verhaal van de foto van Alphonsine toen ze zestien jaar oud was. 
De moeder van Alphonsine had de kader met foto gegeven aan de zoon en had hem opgedragen om haar de dag dat ze honderd jaar zou worden haar de foto te geven. Dat gebeurde dus vandaag. 
Auteur
Marc Sluys
264635

Meer nieuws uit de krant

Dilbeek
Bever
Galmaarden
Galmaarden
Galmaarden
Ninove
Galmaarden
Galmaarden
Beersel
Lennik
Halle
Galmaarden
Sint-Pieters-Leeuw
Galmaarden
Herne
Asse
Regio
Beersel
Galmaarden

Partners

Commerciële partners, advertenties en vacatures