In het Gemeenterapport (2013) vindt 47.8% van de Hallenaren de betaalbaarheid van de woningen in Halle ‘slecht’. De hoogste tijd om het wonen in Halle eens grondig onder de loep te nemen vinden ze bij het partijbestuur van SP.A. Deze grondige analyse resulteert in een goed onderbouwd advies naar het stadsbestuur: een Masterplan Wonen voor Halle. SP-A bestuur vraagt een Masterplan Wonen in Halle. Met als belangrijkste punten: 1250 sociale huurwoningen tegen 2030, van 7% naar 15% sociale woningen; 125 assistentiewoningen tegen 2025, naar een totaal van 250, de helft publieke sector en de activering van de Woonraad Halle, alle actoren rond de tafel met als doel: het realiseren van een masterplan wonen in Halle
“Er zijn dringend beter betaalbare en kwalitatief goede woningen in Halle nodig. Woningen die jonge gezinnen in staat stellen om op eigen benen te staan, woningen voor ouderen, zij hebben andere woonbehoeften. Woningen voor wie het economisch moeilijk heeft. Woningen voor iedereen die het moeilijker zal krijgen om degelijk en betaalbaar te wonen in onze Halle. Een dringende ommekeer in het woonbeleid van de stad is nodig. Een beleid met duidelijke resultaatsverbintenissen, gebaseerd op een degelijke analyse én met een visie op lange termijn. Een beleid die een effectieve oplossing biedt!” zegt Paul Siperius, lid van het partijbureau
Michäel Cannau en Christophe Mahaut van het partijbestuur gidsen ons door wat cijfers. “We zijn in Halle met 37.085 , dit zijn 15.500 huishoudens. Dat zijn 7% meer mensen en 9% meer huishoudens dan tien jaar geleden. Tegen 2030 komen er 1.500 huishoudens bij, vooral 1- en 2-persoonsgezinnen. Er zijn 21.66% appartementen en 78.34% woningen. Er zijn ongeveer 1000 sociale woningen. Minder dan 7% van de woningen zijn sociale woningen. De komende jaren komen er wel 250 bij. Rekening houdend met de bevolkingstoename is dit echter geen verbetering. In verhouding gezien gaan we er op achteruit. Het aantal 80-plussers neemt toe, de laatste tien jaar van 3% naar 5%. Er is voor de hulpbehoevenden onder de senioren nog net genoeg plaats in de woonzorgcentra en de verzorgingstehuizen. Het OCMW heeft 133 plaatsen, de privésector heeft er 179. Het OCMW beheert ook 22 ondersteuningshuizen. Er zijn tevens 125 serviceflats, 65 publiek en 60 privaat. Mét wachttijden van minimaal 5 jaar.
Paul Siperius vult aan: “Uit analyse van alle cijfers is de tendens zeer duidelijk, er komt een steeds grotere vraag naar kleinere en betaalbaardere woningen. Vooral de kleinere huishoudens hebben het moeilijk: alleenstaanden, gepensioneerden, eenoudergezinnen en jonge koppels. In ons masterplan doen we voorstellen om hieraan tegemoet te komen. De stad moet op de privémarkt meer in eigen handen nemen. Het kan niet dat woningen leegstaan terwijl er een tekort is. Men dient een dwingender woonbeheer te voeren. Onwillige eigenaars, huisjesmelkers, grondspeculanten dienen strenger te worden aangepakt. Bouwpromotoren dienen meer te worden gestuurd. Bouwen wat nodig is met het oog op de demografische evolutie. Economisch gezien hebben zij er baat bij dat te bouwen wat effectief beantwoordt aan de noden. Het is ook rendabeler te verhuren en dus interessant voor investeerders.
Ook passief energie woningen zijn interessant, sociaal of privé, een lage energiefactuur is een enorme verbetering voor velen, en zo is de gevraagde huurprijs makkelijker te betalen. “
Op de sociale huurmarkt dient er een veel bredere groep van de bevolking toegang te krijgen. Het optrekken van de inkomenscriteria is essentieel maar alleen niet voldoende. De echte oplossing is tegelijkertijd ook het aanbod vergroten.
TE WEINIG SOCIALE WONINGEN
Er zijn gewoon te weinig sociale woningen. Zij willen tegen 2030, 1250 wooneenheden meer, van 7% naar 15%. Een maximumfactuur voor de huurlasten is ook nodig en deze dient aan het inkomen te worden gekoppeld. Men mag bij sociaal wonen geen economische logica volgen, de huurprijs dient enkel en alleen gebaseerd te zijn op de werkelijke bouwkosten. Het is perfect mogelijk appartementen te bouwen, af te schrijven op 30/35 jaar en ze te verhuren aan 350/400 euro gemiddeld. De economisch sterkeren kan men tot 200 euro meer laten betalen, financieel zwakkeren tot 200 euro minder.
In Halle zijn te weinig serviceflats. Het OCMW kan als bouwheer optreden maar ook samenwerken met privé-investeerders. Beide zijn nodig. Anders komen we er niet. Bovendien vindt een deel van de senioren de gemiddelde serviceflat te klein en bieden ze niet het comfort dat ze verlangen. Wie meer wil zal meer moeten betalen. Hier kan de privésector perfect op inspelen. De publieke sector voorziet een betaalbaar basisaanbod. Privé-investeerders kunnen hun winsten halen uit het bouwtechnische aspect. De zorg dient voor iedereen gelijk en even goed te zijn. Wij willen – tegen 2025 - 125 assistentiewoningen meer”, besluit Paul Siperius.
“Ook andere manieren van wonen en bouwen dienen te worden gepromoot. Aangepaste ouderenwoningen waar veiligheid en comfort voorop staat, groepswonen, kangoeroewonen, etc. Bouwen van zorgvastgoed is een goede optie. Heel wat burgers hebben interesse om in zorgvastgoed te investeren. Het rendement is goed en zeker. Men investeert vandaag en men kan er later zelf wonen. De markt dient tevens meer in te zetten op betaalbare huurprojecten. De vastgoedmarkt soigneert nog te veel de hoge(re) inkomens. Het beleid kàn de markt meer sturen, ze zou het beter ook gaan doen.” zegt Christophe Mahaut.
Michaël Cannau vertelt nog dat er aan het stadsbestuur wordt gevraagd op korte termijn een dringende activering van de Woonraad te realiseren. “Dat ze alle mogelijke betrokken woonactoren rond de tafel zet, ook de sociale huurder en private partners dienen te worden betrokken. Met slechts één doel voor ogen, het maken van een masterplan wonen. Een plan die tegemoet komt aan de werkelijke noden.” vult Cannau nog aan.
Ook de Jong Socialisten Halle sluiten zich aan bij de vraag naar een Masterplan. “Wij maken ons zorgen over de betaalbaarheid voor jongvolwassenen en jonge koppels. We willen ook niet eeuwig thuis blijven wonen. Wij wonen ook graag centraal én we willen nog geen tuin. De baksteen in onze maag weegt minder zwaar, we willen ook wat geld overhouden voor plezante dingen”, aldus Mathias Pierquin. “Jongeren denken anders dan hun ouders, ze willen vooral een betaalbaar praktisch appartement met niet te veel onderhoud maar toch met het comfort dat ze gewoon zijn. We kunnen ondertussen wat sparen, om later iets te kopen, we hebben alle tijd, onze generatie wordt toch honderd jaar”, voegt hij er nog lachend aan toe.